100 Jaar radio (17): Twee radionieuwsfeiten uit het jaar 1959

tekst: Hans Knot                                            foto: Genève, 1959

logo Humanistisch Verbond

In de serie 100 jaar radio duik is deze keer in de maand mei 1959 om te kijken wat voor weetjes op het gebied van radio er zoal waren te melden. In de eerste week was er vooral een bericht waaruit ontevredenheid naar voren kwam. Het Humanistisch Verbond trad namelijk in de openbaarheid door in de dagbladpers haar teleurstelling te uiten over het ontwerp radiowet, dat daarvoor was gepresenteerd. Er bleek geen ruimte meer te zijn binnen het toenmalige bestel voor het Humanistisch Verbond, terwijl diverse kerkgenootschappen wel ruimte kregen binnen het omroepbestel.

Zo stelde men: ‘Wij zijn geen tweederangsburgers, maar wel degelijk mensen die een boodschap hebben te brengen.’ Woorden van dergelijke uiting werden ook gesproken tijdens een persconferentie, welke het Humanistisch Verbond in Assen had belegd. Er werd nog eens nadrukkelijk beklemtoond, dat het wekelijkse radiopraatje toch wel goed werd beluisterd. Woordvoerder van het Humanistisch Verbond, de heer G. A. Coert uit Assen, wist te melden dat het praatje op zondagmorgen door twee tot driehonderdduizend personen werd beluisterd en dat er wekelijks ongeveer twintig inhoudelijke brieven en ongeveer tweehonderd nabestellingen van de tekst binnenkwamen. Vanaf 1948 verschafte de VARA voor het Humanistisch Verbond ruimte in de radiorubriek Geestelijk Leven, waarna de gehouden toespraken werden afgedrukt in het ‘Woord van de week’. Ook de Wereldomroep en de AVTO waren genegen de microfoon ter beschikking te stellen, maar het streven was gericht op een eigen plaats in het omroepbestel, waar kerken ook over eigen zendtijd konden beschikken. In 1959 werd dat echter door de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen geweigerd met als argument, dat het Verbond geen kerkgenootschap was.

J.P. van Praag [foto: Het Humanistisch Archief - Het Humanistisch Archief, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=5748036]

Na een congres van het Humanistisch Verbond, dat op 12 april 1959 was gehouden, werd gestart met een grote actie onder het motto ‘Het woord van de week’. De actie culmineerde in een grootse inter-gewestelijke dag, die op Hemelvaartsdag in de aula te Emmen werd gehouden. De landelijke voorzitter en tevens oprichter van het Verbond, dr. J. P. van Praag, sprak over het onderwerp ‘Nieuwe steden, nieuwe mensen’. Een andere spreker, de heer Hans Heyting uit het Drentse Borger, sprak over ‘Humor in de Drentse literatuur’. Het Humanistisch Verbond pakte dik uit want er was ook een optreden van een door het Emmer lyceum gevormd orkest. Ook werd er een excursie gegeven naar de olievelden van Schoonebeek en was er aandacht voor de historische folklore van Drenthe. Rond de 700 volgers van het Verbond trokken de Hemelvaartsdag in 1959 naar Drenthe toe. Het Humanistisch Verbond had toen ongeveer 12.000 volgers die allen instonden voor de vurige stem in de door ons geliefde ether.

Een ander weetje komt uit de krant van 8 mei. Heden ten dage zijn we helemaal niet verbaasd als er op de televisie weer eens melding wordt gemaakt van een topontmoeting van alle grote wereldleiders. In 1959 was er weinig aandacht voor dergelijke zaken gezien er bijna geen live verbindingen waren via de televisie en berichten vaak dagen later werden aangeleverd per ampextape. Ik volg met je de eerste berichtgeving inzake een ministersconferentie die wel de nodige aandacht kreeg en dus in de betreffende maand mei in Genève werd gehouden. En er was veel belangstelling te melden:

‘Bijna tweeduizend journalisten, cineasten, fotografen, radio- en tv-reporters zijn naar Genève gestroomd, het grootste aantal dat deze conferentiestad ooit te verwerken kreeg. In alle talen van de wereld, van Duits tot Chinees, klinkt hun bewondering voor de fantastische organisatie, welke de V.N. en Zwitserse PTT voor hen hebben opgebouwd. Men struikelt over de faciliteiten. Honderden schrijfmachines, dozijnen telexen, zes televisiestudio's in het ‘Huis van de Pers’, 25 radiostudio's en 35 speciale lijnen voor radio en t.v.’

Let wel we hebben het hier over 1959 een tijd dat er in Nederland maar één televisienet was en er slechts een paar uur per dag programma’s werden uitgezonden. De eerste week van de conferentie werden er 60 directe televisie-uitzendingen verzorgd en vertegenwoordigingen uit landen als Frankrijk, Duistland en Amerika brachten in grote vrachtwagens hun eigen apparatuur mee. Zodra er in deze tijd iets gebeurt van belangrijkheid staan er in no time tientallen wagens met satellietschotels gereed om rechtstreeks verslag te doen.

In een bliksemsnel werkend accreditatiecentrum werden de antecedenten van de tweeduizend reporters nagegaan. De Zwitserse politie hield daarbij een oogje in het zeil. Men was namelijk op extremistische grappenmakers helemaal niet gesteld. De Franse politie had een extra bewaking aan de grens ingesteld en alle inwoners van Genève moesten hun logees bij de politie aanmelden. De bewoners van de stad, waar men vrij wat gewend was, bleven kalm onder deze kopzorgen.

Palais de Nations, Geneve, 1959

Zelfs onder het huisvestingsprobleem bleef men rustig: Genève had toentertijd al het respectabele aantal van 7.000 hotelbedden. Daarin dienden niet alleen de 500 gedelegeerden en de 2.000 persmensen te slapen, maar ook de afgevaardigden naar vier gelijktijdig plaatshebbende conferenties en evenementen en een paar duizend toeristen. Voor al die inspanningen werd de gemeente Genève overigens wel beloond. Alleen de 2.500 deelnemers en toeschouwers van de conferentie schoven naar schatting een kleine tien miljoen gulden in de zakken van hoteliers, restaurateurs en winkeliers.

Onderzoek in de kranten wees uit dat de stripteasecabarets voor deze gelegenheid speciale en spectaculaire programma's aankondigden. Het Nieuwsblad van het Noorden had een verslaggever gestuurd die het als volgt omschreef in een van zijn berichten: ‘Zo koesterde Genève — stad met veel dure horloges en camera's, veel Italiaanse sportwagens en Russische kaviaar, veel peau de suède en gladde gezichten — zich in zijn populaire ansichtkaarten decor van een blauw meer, jong groen en witte bergen en men ziet het de stad aan, dat het financieel de moeite loont een neutrale hoofdstad van de vrede te wezen.’ De Geneefse middenstand kon zijn hoop op een lange conferentie met een gerust hart koesteren.

Een dag later werd een vervolg gegeven aan de verslaggeving via het rubriekje genaamd ‘Congres Varia’, waaruit bleek dat de kameraden aan gene zijde van het ijzeren gordijn in Genève geen gebrek aan comfort hadden. Vertegenwoordigers uit de toenmalige Oostbloklanden waren in vele gevallen eleganter gehuisvest dan hun westelijke collega's. Volgens de verslaggever hadden de Oost-Duitsers een voorbeeld gegeven van pompeus gedrag: ‘Zij arriveerden in een speciale trein van glimmend blauw-en-wit geschilderde wagons, een aparte bagagewagen, waaruit aantrekkelijk-uitziende kisten en dozen kwamen, en de treinstellen werden getrokken door een rood-zwarte locomotief, waarvan iedere klinknagel glimmend was opgepoetst.’

Nee, dan hun collega's uit West-Duitsland, die met gewone treinen reisden en hun intrek namen in een tweedeklas hotel. Over de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken van de Sovjet-Unie wist de journalist te melden: ‘Andrei Gromyko is met zijn echtgenote en zijn delegatie per speciaal Russisch vliegtuig aangekomen. De minister zelf en de voornaamste leden van zijn staf verblijven in een prachtige aan het meer gelegen villa. Het echtpaar Gromyko heeft daarin een kamer op de tweede verdieping, die onder meer is voorzien van een televisietoestel en een radio-ontvanger voor alle golflengten.’

Daarnaast waren er nog twee andere televisietoestellen en vijf radio's elders in de villa, welke in totaal 12 slaapkamers telde. En de Russische delegatie viel duidelijk op want, zoals destijds gewoonlijk, had men eigen personeel meegenomen: koks, kamermeisjes, chauffeurs.

De Russische delegatie in Genève, v.l.n.r. Zorin, Andrej Gromyko en Soldatow

Een dag later, op 9 mei 1959, verscheen er kritiek over de banale inhoud van sommige programma’s van Radio Moscow: Het Russische Partijblad Pravda koesterde begin mei heftige kritiek op de uitzendingen geleverd op Radio Moskou. Het blad stelde in een hoofdartikel dat de luisteraars en televisiekijkers in de Sovjet Unie soms banale programma’s voorgezet kregen. Ze zouden afbreuk doen aan het nut van de communistische opvoeding. Sommige programma’s werden in de krant zwak en onvoldoende overwogen genoemd. De radio en televisie werd vervolgens dan ook vaker gebruikt voor het uitzenden van redevoeringen dan het brengen van hoorspelen en toneelvoorstellingen, waarin een duidelijke boodschap kon worden overgebracht. Het redactionele artikel in de Pravda bevatte ook de opmerking dat ieder jaar het feit werd herdacht dat de radio werd uitgevonden door de grote landgenoot Alexander Stepanowitsj Popof. In de Sovjet-Unie werd die week op donderdag 7 mei geen Hemelvaart maar ‘Radiodag’ gevierd. Het was volgens de leiders die dag de 64ste verjaardag van de uitvinding van de radio-ontvanger. En hoe zat het dan met Marconi en al die andere namen die worden genoemd als zijnde de eerste bedenkers van ‘de radio’?

Bronnen:
Nieuwsblad van het Noorden 1959
artikel Het Humanistisch Verbond 1946-1976 in Het Utrechts Archief