1970: telefonie, video en radio

tekst: Hans Knot

Zelf ben ik niet iemand die veel telefoneert de laatste jaren, mede door gehoorproblemen. Daar tegenover staat dat ik heel veel mensen op de meest mogelijke momenten bezig zie met hun mobiele telefoon, waarop je tal van mogelijkheden hebt om te kunnen communiceren tegen vaak een redelijk laag bedrag. De providers zijn alom aanwezig met reclame op radio en televisie, langs de weg op de speciale reclameborden en in de kranten en tijdschriften, terwijl ze ook met grote regelmaat via de sociale media voorbijkomen om hun producten te promoten.

Dat was wel andere koek een halve eeuw geleden toen er slechts de P.T.T. garant stond voor een telefoonverbinding via een zogenaamde vaste aansluiting. Een bakelieten telefoon voorzien van een draaischijf, vaak gehangen aan de muur in een gang of aangesloten op een plek vlakbij een bureau. Het was nog niet de tijd van digitale doorverbinding, die was nog ver weg.

Telefonistes Marianne Koper en Henny van Lothum

Bij mijn toenmalige werkgever in de jaren zestig van de vorige eeuw had je nog een telefoniste die de verbindingen legde met de toestellen binnen het E.G.D., dat stond voor Elektriciteitsbedrijf voor Groningen en Drenthe. Dit gebeurde echt nog via het inpluggen van een stekker in een gat in haar schakelpaneel, waarmee het toestel van bijvoorbeeld de algemeen hoofddirecteur De Vries begon te rinkelen. Pas jaren later zou een mooie installatie worden geplaatst in een ander gebouw waarbij de mogelijkheden van doorverbinden op een veel simpeler manier kon worden gedaan door de telefonistes Marianne Koper en Henny van Lothum.

Het telefoneren was in die tijd ook niet goedkoop. Had je bijvoorbeeld contact nodig met iemand in Engeland dat diende je het gesprek zo zakelijk en kort mogelijk te houden want voordat je het wist was het budget voor je wekelijkse aanschaf van vleesproducten er door. Vier gulden voor een minuut interlokaal buitenland was heel normaal. Vergelijk het maar eens met de huidige prijzen.

Maar er was ook goed nieuws, want in 1970 werd in de maand september bekend gemaakt dat het lokale tarief voor telefoneren in je regio in januari 1971 naar 10 cent per belletje werd gebracht. Maar wat was lokaal? Dat varieerde per district. Was je woonachtig in de stad Groningen dan kon je (zie kaartje) behoorlijk ver ongeremd voor 10 cent bellen, bijvoorbeeld ook naar Smilde. Daar tegenover stond als je in het district Assen woonde dat je niet voor hetzelfde bedrag met familieleden in bijvoorbeeld Delfzijl kon telefoneren. De grens voor het zogenaamde lokaal bellen lag voor elke gemeente weer anders. Het kaartje was dan ook alleen geldig voor de inwoners van de stad Groningen. Telefoneren is een gemeengoed geworden terwijl het niet alleen veel vaker wordt gedaan maar ook nog eens stukken goedkoper is geworden. En nee, je hoeft mij niet te bellen.

In september 1970 werd er trouwens ook de verwachting uitgesproken dat de ontwikkelingen op video technisch gebied dermate groot waren dat op toen korte termijn de introductie kon gaan plaats vinden van een cassette videorecorder voor huiselijk gebruik. Sony was in Japan al ver met de ontwikkeling van de U-Matic recorder voor professioneel gebruik, die in 1971 op de markt kwam.

De video cassetterecorder, zo werd bekend gemaakt, zou geschikt gaan worden voor het opnemen en weergeven van zowel kleuren- als zwart-wit programma’s en konden op elke willekeurige televisie worden aangesloten. Technici van de Philipsfabrieken uit Eindhoven hadden gemeld dat de experimenten een hele mooie beeld- en geluidskwaliteit hadden gegeven, dat hoop gaf voor een spoedige entree op de consumentenmarkt. Men streefde er naar de cassette klein te houden, ter grootte van een pocketboek. Het was het plan dit als standaard te aanvaarden en verder te ontwikkelen. Net als bij bandopnameapparaten was het de bedoeling dat een opname gewist kon worden, waarna de banden opnieuw gebruikt konden worden. Als speelduur van een band gokte men in eerste instantie op een tijdslengte van 60 minuten. Ook streefde men er naar een afstemeenheid in te bouwen in de recorder zodat men het programma van het ene televisiestation kon opnemen, terwijl men naar een ander programma zat te kijken.

En inderdaad kwam eind 1971 de eerste video cassetterecorder van de lopende band en was de productie van de Philips N 1500 gestart. Compleet met afstemeenheid en weergavemogelijkheid voor een 1972 prijs van rond de f 2200,--. Daar diende dan wel maanden lang voor gespaard te worden alvorens tot aanschaf kon worden overgegaan. Resultaten bleken bij lange na niet optimaal en het zou tot in de tweede helft van de jaren zeventig van de vorige eeuw duren alvorens de betere machines in de verkoop gingen.

 

 

Het was op dinsdag 15 september 1970 dat ik aantekeningen maakte over het snel inluisteren naar Hilversum 3 en de regionale omroepen. Dat laatste was natuurlijk veel beperkter dan wat anno 2020 wordt geboden via de regionale omroepen. Dat kwam omdat er veel minder actief waren en bovendien er een zeer beperkte zendtijd was. Maar eerst even de VARA dinsdag, waar ik enige tijd, hoewel beperkt, die dag naar luisterde. Tussen de middag op Hilversum 3 was het Kees van Maasdam met ‘Een opvallend vrolijk gevarieerde visite’. Een programma dat het in mijn oren niet verdiende langer dan 20 minuten naar te luisteren.

Rond 3 minuten na 2 in de middag keerde ik dan terug op Hilversum 3 en de VARA Dinsdag om vervolgens bijna een uur te genieten van Eddy Becker, die van Veronica weer naar de publieke omroepen was overgestapt. Om goed vier uur was het tijd voor Herman Stok. Altijd goed voor vermaak in ‘Mix’, 120 minuten rijp en groen op alle toeren. Daarna schakelde ik kort over naar de RONO, de regionale omroep voor Noord en Oost. Met informatie uit Stad, Streek en Gewest via een half uur durende uitzending. Daarna was er ruimte voor het Gelders en Overijssels programma. Was wat het toch een vreemde tijd met zuinigheid alom als het ging om het verlenen van zendtijd en een schaarste aan informatie dat verstrekt kon worden via de regionale omroepen.