Tragedie op het spoor bij Groningen

tekst: Hans Knot

Afgelopen jaar werd onder meer de spoorlijn tussen Groningen en Leeuwarden verbeterd, waarbij ook een aantal van de stations, gelegen aan de route, werd aangepast en drastisch verbeterd,  volgens de daarvoor geldende strenge regels. Ook regelmatige reizigers werden en worden tijdens de werkzaamheden regelmatig op de hoogte gebracht van de te volgen aanpassingen in het reisschema.

Het deed mij herinneren aan langdurige werkzaamheden die in de periode 1971 tot en met 1973 plaatsvonden in de gemeente Groningen. Het oude Noorderstation werd afgebroken en maakte plaats voor een nieuw station, terwijl de baan, die deels laaggelegen lag, drastisch diende te worden verhoogd in het noordelijke stadsdeel. De naoorlogse wijken De Paddepoel en Selwerd waren al deels gebouwd en de toegangswegen tot deze wijken dienden ook te worden aangepast. Tevens werd de benadering voor wandelaars naar de vooroorlogse Tuinwijk aangepast.

Het oude Noorderstation

Bewoners van de Tuinwijk konden voor de werkzaamheden de oude spoorovergang aan de Moesstraat gebruiken als ook een wandelbrug gelegen naast het Noorderstation. Maar door ophoging van de baan kwam de laatste mogelijkheid te vervallen, terwijl de overgang naar de Moesstraat kwam te verdwijnen en werd vervangen door een spoortunnel. Ook een spoorwegovergang bij de Prinsesseweg, richting het zuidelijke deel van De Paddepoel, die slechts enkele jaren eerder was geopend, werd vervangen door een tunnel bij de Kerklaan. Begrijpelijk dat de werkzaamheden van langdurige aard waren en veel belangstelling trokken.

Belangstelling was er niet alleen van de zijde van volwassenen maar had ook de aantrekkingskracht van vele kinderen uit de voornoemde noordelijke stadswijken, met alle gevolgen van dien. Want een paar dagen lang was het danig onrustig in de nabijheid van de werkzaamheden ter hoogte van het voormalige Noorderstation. Ongeveer 40 boze ouders hebben eind januari 1973 bijvoorbeeld verhinderd dat er ter plekke verder gewerkt kon worden met het ophogen van de spoorbaan. Zij gaven op deze manier uiting aan hun woede over het feit dat het werkterrein niet was afgerasterd, waardoor er veel kinderen uit de buurt in de hopen zand konden spelen.

Een van hen, een 11-jarige jongen, kwam in de daaraan voorafgaande middag onder de wielen van een zware, achteruit rijdende zandauto terecht en werd op slag gedood. Een afvaardiging van de boze buurtbewoners had in de nacht voor de demonstratie een gesprek gehad met de aannemer van het werk, aan wie duidelijk te kennen werd gegeven dat men een omheining wenste. Toen de aannemer dat een lachertje waard vond kreeg hij een emmer specie over zich heen.

Een lachertje vonden de aanwezige buurtbewoners de afrastering die in opdracht van de Nederlandse Spoorwegen was aangelegd. Het bestond slechts uit een paaltje met een draadje. De ouders hadden inmiddels de politie op de hoogte gesteld waarna de aannemer de opdracht had gekregen de toen geldende wettelijke regelgeving in acht te houden en een gedegen afrastering aan te brengen. Vanuit de wijk werd ook een groep werkloze mannen bereid gevonden een wacht in te stellen, zodat de veiligheid van de kinderen beter gewaarborgd kon zijn.

Een vertegenwoordiger, namens de buurtbewoners, trad naar buiten met de mededeling dat het nog niet bekend was of de aannemer al dan niet zou worden vervolgd voor het ontbreken van de afrastering rond het werkterrein. Hij meldde tevens dat er al geruime tijd onrust was over de manier waarop de grote vrachtwagen met zand als het ware een competitie voerden om zo vaak mogelijk een rit te kunnen maken.

Op 31 januari besloot een honderdtal inwoners, uit voornamelijk Tuinwijk en met een kleine vertegenwoordiging uit de wijk Selwerd, de rails van het spoor ter hoogte van de af te breken spoorovergang Moesstraat te bezetten. Spoorbomen bleven omhoog maar de rails werd geblokkeerd met balken, waarop de mensen gingen zitten. Dat betekende niet alleen blokkade van het spoor maar ook het blokkeren van één van de twee toegangen vanuit het centrum van de stad richting de wijk Selwerd.

Overleg vond vervolgens plaats tussen politie, Nederlandse Spoorwegen en de aannemer waarbij werd besloten dat om 1 uur die middag 20 man extra personeel zou worden ingezet, die tevens zouden worden ondersteund door 20 mannen uit de wijken om gezamenlijk op zo’n kort mogelijke termijn de afrastering te kunnen aanbrengen. Ook werd afgedwongen dat de zandauto’s niet eerder weer gingen rijden dan pas wanneer de afrastering was voltooid.