De alleroudste zeezenders

tekst: Hans Knot - afbeelding: MV Kanimbla

Als we de geschiedenis van de zeezenders beschouwen komen als de allereerste stations steevast de namen bovendrijven van Radio Nord, van Radio Veronica, van het REM-eiland met RTV Noordzee en van Radio Caroline. Weinig tot niets valt er in de beschikbare artikelen en boeken over de (commerciële) radio, gerund aan boord van schepen, te lezen over de diverse projecten die aan die radiostations zijn voorafgegaan. Maar, ook al betrof het vaak kleinschalige projecten, ze zijn er wel.

Het allereerste radiostation dat uitzond vanaf zee viel reeds te beluisteren in 1907! Negentien nul zeven. U leest het goed, gedurende de zeer prille begindagen van de radiohistorie. Niet alleen in het begin van de twintigste eeuw, maar ook vijftig jaar eerder dan succesvolle zeezenders uit de jaren zestig. Het was het aarzelend begin van de commerciële radio. Al was het niet altijd winstbejag het belangrijkste oogmerk. Naast een aantal, deels commercieel gerichte projecten heeft zich een aantal stations in de loop der jaren gericht, op de politieke boodschap. Goede voorbeelden van deze stations zijn de HMS Andromeda, de MV Kanimbla met Radio 9MI, Radio Daily Mail — een initiatief van de gelijknamige krant, en ook de politiek gerichte 'Sender der Deutschen Freiheitspartei'.

De HMS Andromeda: het allereerste radioproject vanaf een schip, hoewel niet in internationale wateren, was actief in het jaar 1907. Volgens het door Shell uitgegeven boek Shell Book of Firsts werd er door de marineleiding van Groot-Brittannië toestemming gegeven tot het voorbereiden van een experimenteel station aan boord van de HMS Andromeda, die op dat moment aan de kade lag in de marinehaven van Chatham. De communicatieradio aan boord werd voor dit doel tijdelijk omgebouwd en de messroom van de officieren werd ingericht als studio. In de studio werd er een programma verzorgd bestaande uit liedjes en voordrachten bestemd voor de gehele vloot aan schepen die op dat moment in de haven lag. De uitzendingen, aldus het boek, bleken succesvol maar na enkele programma's besloot de marineleiding de zender weer te laten ombouwen voor haar oorspronkelijke doel, dat van communicatiezender.

 

 

Altijd werd verondersteld dat in Amerika de eerste stappen werden ondernomen tot het oprichten van een radiostation dat actief was vanaf een schip in internationale wateren. In 1980 liep ik echter tegen een boek aan omtrent de geschiedenis van de radio in Australië, waarin gerept werd over een radiozender aan boord van een schip in het jaar 1927. Het ging om de MV Kanimbla, een schip dat speciaal was ingericht voor passagiersvervoer en gerekend kon worden tot de grootste schepen uit die tijd. Het tonnage van het vaartuig bedroeg liefst 11.000. In die dagen was het volgens de Australische wetgeving niet toegestaan om via interne geluidsinstallaties muziek over te brengen, hetgeen vroeg om andere maatregelen.

 

Radiostation 9MI stond onder leiding van Eileen Foley

De eigenaar van het schip, Mclewraith and McEacharn Ltd, besloot het uit te rusten met twee kortegolfzenders, zodat men de bestaande regels kon omzeilen en derhalve de gasten aan boord kon plezieren met muziek. De zenders hadden een vermogen van 50 Watt en waren op regelmatige tijden in de ether actief in de 25 en 50 meter band en wel via 11.710 en 6010 kHz. Het station, dat zijn programma's verzorgde onder de call-sign 9MI, was derhalve niet alleen te ontvangen door de mensen aan boord van het schip maar ook door hen die in het trotse bezit waren van een ontvanger. In grote delen van Australië en onder goede condities in andere delen van de wereld kwam het signaal door. Volgens Arthur Cushen, een welgerespecteerd DX'er uit dat werelddeel, kwam het station de daarop volgende jaren, afhankelijk van de reistijden, met bepaalde regelmaat in de ether en de laatste uitzending die is gehoord dateert uit 1938.

In 1928 zette een klein luxe stoomschip, ooit eigendom van Lord lveagh — de toenmalige eigenaar van de Guiness brouwerij, de haven van Dundee koers naar volle zee. Broadcasting Yacht, zoals het schip gedoopt was, zou even buiten de toen in acht genomen driemijlszone voor anker gaan en op het Britse vasteland gerichte commerciële uitzendingen gaan verzorgen. Enige sponsors: de Daily Mail voor het gelijknamige dagblad, de Evening News en de Sunday Dispatch. De programma's zouden deze kranten moeten promoten. Aan de leiding van het project stond Valentine Smith, aan wie ook het idee kon worden toegeschreven. Hij was binnen de krantenuitgeverij van de Daily Mail verantwoordelijk directeur 'verspreiding en publiciteit'.

Met aan boord een kleine zender voer men uit vanuit de haven van Dundee voor de testuitzendingen. Alles leek naar wens te verlopen totdat men echt op open zee kwam, want de stoomboot bleek niet geschikt te zijn voor de te woelige wateren. Soms was het zelfs onmogelijk om de antennemast te onderscheiden vanwege de hoge golven die er tegen aansloegen, hetgeen ook enorme storing in de ontvangst veroorzaakte. Het signaal kwam nauwelijks door in de kuststrook en er werd besloten van het idee af te zien. Men had wel de nodige publiciteit in zowel binnen- als buitenland gehad wat onder meer resulteerde in een idee van één der directieleden van de firma Siemens. Deze leverde het station vier loodzware geluidsboxen (330 kilo elk) waardoor het signaal moest worden verspreid. Het signaal van deze speakers was zo sterk dat men zonder problemen 2 mijlen landinwaarts het gebrachte programma nog goed kon verstaan.

De leiding van de Daily Mail zag wel wat in het idee en de boxen werden, gestort op een ondergrond van beton, aan het dek vastgemaakt waardoor ze tijdens de tocht niet konden omwaaien. Langs de gehele Britse kust werd een lange trip gemaakt om de drie eerder genoemde kranten te kunnen promoten. Nadat het project geslaagd kon worden genoemd had Stephen Williams de smaak klaarblijkelijk helemaal te pakken want hij ging daarna eerst voor Radio Normandie en later voor Radio Luxembourg werken.

Faithful Friend was de naam van een Brits schip dat, uitgerust met een eenvoudige zender en een gelijksoortige studio, langs de kusten van Frankrijk, België en Nederland vanaf 12 april 1938 onregelmatig programma's verzorgde onder de naam 'Sender der Deutschen Freiheitspartei'. Men maakte gebruik van een kortegolfzender met een vermogen van 5 kW, hoewel bij lange na dit signaal niet via de 7842 kHz werd uitgezonden. De energie werd geleverd door een electrogenerator die gevoed werd middels benzine. Speciaal voor deze uitzendingen hadden zowel Nederlandse als Britse technici zich ingezet om de zendinstallatie te bouwen.

Het waren Carl Spiecker en andere leden van de conservatieve emigrantengroepering 'Deutsche Freiheitspartei' die op het idee waren gekomen om hun idealen te verspreiden via deze vorm van radio, gericht op het Derde Rijk. Ze hadden ook geen andere keuze want geen enkele natie binnen Europa had de groepering toestemming willen verlenen deze programma's vanaf land te verzorgen. Gelukkig had Spiecker wel heel goede contacten met vooraanstaande leden van de Britse Conservatieve Partij waardoor hij gemakkelijk aan een vissersboot kwam. De Britten financierden deze deels, inclusief de technische uitrusting. Onder totale geheimhouding vond de uitrusting van de oude vissersboot plaats, hoewel de Britse regering wel officieus op de hoogte bleek te zijn. Later, na de Tweede Wereldoorlog, kwam namelijk boven water dat de toenmalige Britse geheime dienst, de PDI, op de hoogte was van de voorbereidingen en zelfs was geïnfiltreerd binnen de organisatie van Spiecker.

Ook met Nederlandse omroeplieden had Spiecker contacten. Dat leverde hem onder meer de ondersteuning op van twee technici van de VARA, die hem hielpen de uitzendingen mogelijk te maken. Zijn eigen items, die via het station werden voorgelezen, schreef Spiecker in Parijs, alwaar hij was ondergedoken. De berichten werden telkens getelegrafeerd of getelefoneerd naar een persoon in de haven waar het zendschip vervolgens zou binnenlopen om de berichten op te halen. Tevens werden telkens in de haven de kranten gekocht, waar deels de nieuwsberichten uit werden samengesteld. Om helemaal eerlijk over te komen naar de luisteraars in Duitsland, werden dagelijks de Franse, Britse en Zwitserse omroepen afgeluisterd, die toen ook al bekend stonden als zijnde zeer betrouwbaar. De redactionele leiding aan boord was afwisselend in handen van Jakob Altmaier en Ernst Langendorf, maar slechts na enkele weken draaide Ernst voor alle redactionele activiteiten op daar Altmaier constant zeeziek was en zich weer aan land begaf. Slechts één naam van de VARA-technici is boven water gekomen, te weten dhr D. Fruin, die de activiteiten in wisseldienst met zijn omroepcollega uitvoerde. Het restant van de bemanning, kapitein en matrozen, waren voormalige vissers uit Groot-Brittannië.

Carl Spiecker

Men probeerde zoveel mogelijk in de avonduren, na het invallen van de duisternis, de programma's uit te zenden. Het gelukte een redelijk regelmatig uitzendschema op te zetten hetgeen meestal er op neer kwam dat men iedere avond tussen half 8 en 8 uur en tussen 10 en half 11 in de ether was. Alleen wanneer het weer te stormachtig was bleef men in een haven liggen waardoor er geen uitzendingen konden plaatsvinden. Naast de betrouwbare nieuwsberichten, politieke commentaren en een internationale krantenbeschouwing waren met bepaalde regelmaat ook oproepen tot opstand tegen Hitler en de zijnen in de programma's te beluisteren. Dergelijke oproepen werden ook vaak, zij het niet in reguliere programma-uren, via de 7842 kHz gehoord.

De autoriteiten in Frankrijk waren niet zo blij met de programma's en besloten de zender uit te peilen. Toen men eenmaal het schip had gelokaliseerd werd een marineboot de opdracht gegeven het zendschip in de gaten te houden zodat deze niet meer in nationale wateren van Frankrijk kon komen en zeker niet meer een haven in dat land kon aandoen voor beschutting bij slecht weer dan wel voor bevoorrading. Niet veel later werden de autoriteiten, na aandrang van bepaalde conservatieve politici, soepeler en mocht het zendschip wel weer Franse havens aandoen onder de voorwaarde dat men in nationale wateren de zender niet zou activeren. Later in het jaar zou de Franse regering definitief ingrijpen en zou het Spiecker en de zijnen verboden worden nog langer activiteiten vanuit Frankrijk te ondernemen, waardoor het project werd stopgezet.

Deze bijdrage verscheen eerder als: Hans Knot, De alleroudste zeezenders. In: Aether, 1996, 10, 2, 6-8. Lees over dit onderwerp verder: Hans Knot, Historie van de zeezenders 1907-1973. Pioniers, duimzuigers en mislukkelingen. Amsterdam: Stichting Media Communicatie, 1993.