Groningen van toen: de wijkmarkt

tekst: Hans Knot                       foto: Westerhavenmarkt

Vaste lezers van mijn nostalgische artikelen weten dat ik met regelmaat een aantal zaken uit Groningen aanhaal, de stad waar ik mijn hele leven al, het zei op vijf verschillende locaties, heb gewoond, de huidige plek als meest honkvaste, namelijk 38 jaren. In maart 1963 werd bekend dat het college van B en W stappen ging ondernemen om de markten, die in de Groninger binnenstad werden gehouden op respectievelijk de Grote Markt en de Ossenmarkt, te gaan verplaatsen

In een rapport maakte men duidelijk dat de markt in de toekomst gecentraliseerd diende te worden op een plek die voor alle inwoners op een gemakkelijke manier bereikbaar zou kunnen zijn. Tevens werd er vermeld dat een nieuw te creëren marktgebied in de toekomst ook alleen daarvoor gebruikt mocht worden. De beide uitgangspunten dienden zowel de kooplieden, die tot op dat moment telkens van werkplek dienden te veranderen, als die van het publiek.

Tegen concentratie van beide markten op de Grote Markt of op de Ossenmarkt bleken overwegende bezwaren, nog afgezien van een ruimte tekort, van verkeerstechnische aard. De commissie, ingesteld door B en W, diende met voorstellen tot verplaatsing te komen en men had inderdaad een nieuw terrein gevonden, behoorlijk groot in oppervlakte. De toenmalige zuidelijke arm van de Westerhaven met een oppervlakte van 8700 m2 werd als voorstel ingediend, hetgeen een vooruitgang van 1700 m2 ten opzichte van de Grote Markt en Ossenmarkt tezamen was. Omgerekend het aantal te kunnen plaatsen marktkramen kwam men op een totaal van 275 in plaats van de 210 kramen, die tot op dat moment een plekje kregen.

De Westerhaven was enkele jaren eerder gedempt en de noordelijke arm, zo bleek uit het rapport, zou dienst kunnen gaan doen als parkeerplaats met ruimte voor enige autobussen en 120 auto’s. Maar de gemeenteraad van Groningen was helemaal niet blij met het voorstel de Westerhaven voor de marktdoelen open te stellen, vooral rekening houdende met verkeerstechnische bezwaren. Men vond het een veel beter idee het voormalige Veemarktterrein ten zuiden van de diepenring als marktplaats te gaan gebruiken. Niet alleen was het voor iedereen goed bereikbaar maar ook veel groter met haar 17.800 m2. Maar dit idee werd enkele weken later al weer gedwarsboomd doordat B en W kwam met plannen voor het oprichten van een cultuurcentrum, genaamd de Oosterpoort. Dit cultuurcentrum nam uiteindelijk de plek van het vee in, dat inmiddels werd verhandeld in een apart gebouwde veehal op een industrieterrein ten oosten van de Martinistad Groningen. Uiteindelijk zou de Westerhaven het toch halen als nieuw ‘onderkomen’ voor de warenmarkten en bleven de bloemenmarkten op de Vismarkt en A-markt, vooral vanwege het fleurige aanzien, gehandhaafd.

Wijkmarkten waren er in die tijd totaal niet in Groningen maar de commissie, die zich bezig had gehouden met de ideevorming en het schrijven van het rapport over de toekomst van de warenmarkt in Groningen, had nog een advies en wel de oprichting van wijkmarkten. De enorme groei van zowel het noordoostelijke als noordwestelijke deel van de stad Groningen, waar meer dan 50.000 mensen woonachtig waren, maakte het noodzakelijk dat er een weekmarkt zou komen op het Bernoulliplein, gelegen aan de Korreweg. Uiteindelijk zou het er komen en wel op de woensdagen.

Om dezelfde reden kwam er ook een weekmarkt in de zuidelijke wijk Corpus den Hoorn aan het Overwinningsplein. Vele jaren later zouden er meer van dergelijke wijkmarkten komen. Al weer vele jaren lang worden de grote warenmarkten weer gewoon in het centrum op de Vismarkt en de Grote Markt gehouden, terwijl het aantal wijkmarkten behoorlijk is uitgebreid. De Westerhaven is geheel volgebouwd en is een druk bezocht deel van de binnenstad van Groningen. Het terrein op het industrieterrein, waar in de jaren zestig het vee werd verhandeld, is ook inmiddels vele jaren volgebouwd met grote ketens als Ikea, McDonald's en meer.