NRU: donkere wolken verwacht

tekst: Hans Knot

Ik neem U mee terug naar het begin van het jaar 1967. De Nederlandse omroepen vielen nog steeds onder de NRU, dat stond voor de Nederlandse Radio Unie. Vanuit zee was het vooral Radio Veronica dat vele Nederlanders deed afstemmen op de 192 meter en dus niet of veel minder op de publieke omroepen. Op een van de vele Nieuwjaarsbijeenkomsten in het Hilversumse, in dit geval die van de NRU, wees de toenmalige voorzitter mr. A.B. Roosjen op de moeilijke financiële situatie waarin de omroepen zich volgens hem bevonden.

Hij haalde een aantal punten naar voren waarop zijn vermoedens berustten. Zo waren in 1966 de hoogte van de inkomsten op de luistergelden gelijk gebleven, maar waren de loonkosten in de daaraan voorafgaande drie jaren met 40% gestegen. Hij meende dat indien het niveau van de programma’s in 1967 gelijk zou blijven, dat het de verwachting was dat de radiopoot eind van dat jaar ‘rood’ zou schrijven, mede gelet op het gegeven dat de na de Tweede Wereldoorlog opgebouwde reserves waren opgebruikt.

Bij de begrotingsdebatten in 1966 had de toenmalige minister voor CRM, Vrolijk, dan wel voorgesteld dat de luistergelden zouden worden verhoogd als de inkomsten uit de in te voeren reclamegelden niet voldoende zouden zijn. Zoals al eerder door mij beschreven werden reclamespots voor het eerst in 1968 op de radio gehoord en dus diende men op de inkomsten te wachten, wat ook volgens de voorzitter van de NRU het geval was met een eventuele verhoging van de luistergelden.

In Hilversum was het een groot raadsel waarom nog steeds niet tot invoering van radioreclame was overgegaan, immers was in oktober 1965 Hilversum 3 al van start gegaan en was in eerste instantie de verwachting dat de invoering van reclame gelijk zou lopen met de start van het zogenaamde popstation. Echter waren er de nodige problemen geweest. De vernieuwde omroepwet gaf aan dat er een maximum aan 24 minuten zendtijd voor reclamespots per radiostation mocht worden geprogrammeerd, te brengen rond de top van het uur. In de reclamewereld was men het hier echter niet mee eens want men wilde de spots tussen de muziekplaten door, zoals ook bij Radio Veronica gebeurde, ten gehore laten brengen. Ook het gegeven dat dit station nog steeds vanaf zee actief was betekende voor de reclamewereld dat men helemaal geen haast had knopen door te hakken, hoewel in december 1966 wel bekend werd dat de eis de spots te verweven in de programma´s eventueel zou komen te vervallen.

Anton Roosjen [door: Harry Pot CC BY-SA 3.0 (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0, via Wikimedia Commons]

Mr. Roosjen merkte tevens op dat de NRU bereid was 80 seconden voor en na de bulletins van de Radio Nieuwsdienst reclame te willen brengen. Eén van de andere problemen, die hij aanhaalde, was de confrontatie die er betreffende de zendtijdverdeling was ontstaan. Sinds de TROS met drie uur zendtijd per week was toegelaten tot de ether had deze organisatie inmiddels meer dan 10.000 leden, waardoor de verwachting was dat per 1 oktober 1967 deze omroep zou komen te vallen onder de categorie C-omroepen die 10 uur zendtijd per week mochten vullen.

De NRU zou in het najaar van 1967 een verruiming krijgen van 10 uur aan radiozendtijd, dit om haar minimumzendtijd percentage van 15%, zoals destijds omschreven in de omroepwet, te kunnen effectueren. Ook werd het duidelijk tijdens de Nieuwjaarsbijeenkomst dat als het kabinet zou besluiten niet over te gaan tot zendtijduitbreiding op de toen bestaande drie radionetten de toenmalige grote omroepverenigingen, KRO – NCRV – AVRO en VARA, hun zendtijd met liefst 17 uur per weg zou inkrimpen.

Wat de verdeling van televisiezendtijd betreft was de groei tot C-omroep van de TROS niet zo’n probleem want men kreeg een wekelijkse zendtijduitbreiding van 1 naar 2,5 uur zendtijd. Het was de bedoeling dat de NTS, de Nederlandse Televisie Stichting en dus het zusje van de NRU, daarvoor zendtijd zou inleveren. De omroepen weigerden namelijk zendtijd voor de TROS beschikbaar te stellen voor televisie-uitzendingen. De NTS bezat op dat moment 40% van de totale zendtijd en daar had men geen problemen met het inleveren van 1,5 uur per week. De ernstige gezichten van de omroepbonzen tijdens de Nieuwjaarstoespraak waren trouwens snel verdwenen toen kelners rondgingen met de nodige borrels en men kwistig gebruik kon maken van de voorraad sigaren en sigaretten die op de diverse tafels in glazen stonden uitgestald.